Verzuimcijfers...wie wordt hier nou niet vrolijk van?! (Deel 2)

Verzuimcijfers...wie wordt hier nou niet vrolijk van?! (Deel 2)

In mijn vorige blog vertelde ik over maandelijkse verzuimpercentages. In dit tweede deel duik ik in de inzichten die cijfers geven over een (verzuim) cultuur. Zelden zie ik dat de ogen van mijn gesprekspartner gaan glimmen en er groot enthousiasme ontstaat bij het noemen van verzuimcijfers. Gemiste kans, want deze cijfers geven een schat aan informatie over verzuimgedrag, de cultuur, knelpunten EN oplossingen in een organisatie.

Hoe kun je informatie over de verzuimcultuur binnen de organisatie uit de cijfers halen? Door verbanden te leggen. Om meer te weten te komen over de cultuur zijn, naast het (voortschrijdende) verzuimpercentage ook de meldingsfrequentie, gemiddelde duur en met name het percentage nulverzuim cruciaal.

Met deze cijfers kun je inzicht krijgen in de problematiek die binnen je organisatie speelt. Waar ligt het zwaartepunt? Is er sprake van kort frequent verzuim of juist langdurig verzuim? Moeten er acties ingezet worden die de verzuimdrempel beïnvloeden of dient juist de samenwerking met de betrokken partijen (bijvoorbeeld de bedrijfsarts) geëvalueerd te worden? Als je op de gedragsmatige manier naar verzuimcijfers kijkt, kun je bepalen of gerichte acties of interventies nodig zijn op groepsniveau of dat juist de gehele organisatie meegenomen moet worden.

Verzuimfrequentie en percentage nulverzuim

Een mooi inzicht vind ik altijd de combinatie van de verzuimfrequentie en het percentage nulverzuim. Dit laatste is het percentage medewerkers dat in het afgelopen jaar NIET verzuimd heeft. Een voorbeeld van deze combinatie: het percentage nulverzuim is 85% en de meldingsfrequentie 1,4. Wat zegt dit dan? In de praktijk betekent dit dat er een zeer kleine groep medewerkers is (namelijk slechts 15% van de organisatie) die met elkaar zorgen voor een gemiddelde frequentie van 1,4. Elk van deze verzuimers is daarmee dat jaar gemiddeld ruim 9 keer afwezig geweest.

Daar moeten andere interventies op worden ingezet dan een organisatie met een percentage nulverzuim van 20% en een meldingsfrequentie van 1,0. In dit laatste geval is er namelijk een zeer grote groep in de organisatie (namelijk 80%) die 1 of 2 keer heeft verzuimd in dat jaar. Hier is geen sprake van een kleine aandachtsgroep, maar van een cultuur waarin af en toe verzuimen de norm is geworden. Dankzij de combinatie van het percentage nulverzuim en de meldingsfrequentie kunnen we dus bijvoorbeeld zien hoe ‘normaal’ het verzuim wordt gevonden.

Heb je zelf het beeld van deze cijfers? Stel dat ik morgen in jouw organisatie binnen loop, kom ik dan (statistisch gezien) eerder iemand tegen die het afgelopen jaar heeft verzuimd of juist iemand die niet heeft verzuimd? Ik ben benieuwd!

Alina Pielczyk
Consultant